Al geruime tijd begeleid ik klanten bij het introduceren van zelfsturende teams. Begeleiden is eigenlijk niet het juiste woord, want dat doet een adviseur en dat ben ik niet. ‘Facilitator’ is, hoe lelijk die benaming ook moge zijn, een betere omschrijving van mijn rol.
Het werken in zelfsturende team stelt eisen die mij zeer aanspreken. Het gaat om complexe problematiek, talenten worden optimaal benut, medewerkers krijgen verregaande verantwoordelijkheid, er moet worden sámengewerkt en er is creativiteit voor nodig. Ik vind het een zeer bruikbare methodiek, met veel positieve aspecten.
Maar, dat is mijn persoonlijke mening, en in het traject waarvoor deze (en mogelijk ook een toekomstige) klant mij inschakelt, is die van ondergeschikt belang. Van generlei belang zelfs. Mijn rol bestaat er – in eerste instantie althans – uit dat ik mijn expertise inzet door de betrokkenen uit te dagen om na te denken over de consequenties van zelfsturende teams. Wat betekent het voor de communicatie tussen de leden van dat team en de andere collega’s binnen het bedrijf? Wat gebeurt er als een zelfsturend team geen gebruik wil maken van de – vaak dure – tools die een bedrijf hanteert voor monitoring en verantwoordingsinformatie? Kan dat, mag dat? En zo nee, moeten er dan randvoorwaarden worden gesteld? En zo ja, welke dan?
Voordat ik eventueel trainingen doe in parallel en lateraal denken bijvoorbeeld, stel ik als facilitator de vraag áchter de vraag, de vraag ná het antwoord, én de vraag daarna. Als facilitator ben ik de lastige luis in de pels, de respectvolle advocaat van de duivel en de glasheldere spiegel. En in die rol zorg ik ervoor dat mijn opdrachtgever – en daarmee zíjn klant – een stap verder komt.

