Voorzitter zijn is een vak

Een directeur in een grote gemeente vroeg mij in zijn plaats een paar vergaderingen voor te zitten. Zelf zou hij als deelnemer aanschuiven. Hij is nieuw in de functie en wil zijn handen vrij hebben om zich te kunnen concentreren op de inhoud, de mensen en de sfeer. Het vergaderproces managen liet hij aan mij over.

Voorzitter zijn is een vak. Je moet de vergadering in goede banen leiden, maar je er zo min mogelijk inhoudelijk mee bemoeien. Voor veel managers is dat knap lastig, omdat zij nog te vaak zélf specialist op de inhoud zijn. Hoe vaak komt het niet voor dat de inhoudelijk sterkste medewerker – soms bij gebrek aan doorgroeimogelijkheden – tot manager wordt gebombardeerd? 

Specialisten als manager zijn niet per definitie de meest gelukkige keuze. Managers die de materie beter beheersen dan hun medewerkers hebben de neiging zaken zelf op te lossen in plaats van hun collega’s daartoe te faciliteren.

Natuurlijk, een zekere basiskennis is onmisbaar om een waardevolle gesprekspartner te zijn. Maar goed kunnen luisteren, verbanden kunnen leggen – tussen mensen en zaken – is voor een goede manager een veel nuttiger asset. 

‘Vakkenners’ die een vergadering voorzitten, moeten vaak hun tong afbijten om zich niet inhoudelijk met de discussie te bemoeien. In het geval van deze kersverse directeur is het dus andersom: hij laat juist een ander het managen overnemen om zich tijdelijk uitsluitend op de inhoud te kunnen concentreren. Dat besluit getuigt van wijsheid, vind ik.