Door het nieuwsbombardement over de euro(pa)-crisis lees je er niet zoveel meer over, maar de Occupy-beweging is still alive and kicking. Nog steeds bivakkeren er overal ter wereld duizenden mensen in tentjes om hun ongenoegen uit te spreken.
Over wat? Over van alles en nog wat, maar vooral over de banken en het Grote Graaien. Actieleiders zijn er niet, duidelijk omschreven doelen, eisen of plannen evenmin. Dat kan nergens toe leiden, is dan ook de snelle conclusie van menigeen.
Maar ik ben daar nog niet zo zeker van. Ik vind het een sympathieke beweging. Het is fantastisch dat mensen zich roeren en dat ze dat sámen doen. Ik zie wel overeenkomsten met de open-innovatieprocessen die ik regelmatig begeleid. Van doorslaggevend belang in die processen is dat de deelnemers in eerste instantie al hun vooringenomenheid loslaten. Ik stimuleer ze om met een open geest en onbevangen blik naar de situatie te kijken. In tweede instantie moeten ze al hun denkkracht en creativiteit inzetten om alternatieven te ontwikkelen en een verandering te bewerkstelligen.
De Occupy-beweging heeft de eerste stap gezet. Het roept luidkeels: dít is de situatie en zó gaat het niet langer. Over de vraag hoe het dan wel moet, wordt op allerlei manieren en door mensen uit alle lagen van de bevolking nagedacht en gediscussieerd.
Juist bij deze tweede stap zou een beetje sturing wel op z’n plaats zijn, denk ik. Uit mijn praktijk weet ik dat een creatief proces alleen met focus en een respectvolle begeleiding tot bruikbare ideeën leidt. Anders blijft een idee een Mars-mannetje: leuk, maar niet realistisch. Je moet er uiteindelijk toch een Aardmannetje, iets bruikbaars, van maken. Jammer dat ik een hekel heb aan kamperen tussen de bakstenen…

